=2   De situatie verhindert u zich te bewijzen, maar u meent dat u van de bestaande      toestand maar het beste moet maken.

=2=0 Door een niet erkend gebrek aan vertrouwen, vermijdt u omzichtig een
     openlijk conflict; u meent dat u er maar het beste van moet maken.

=2=1 U meent dat u niet krijgt wat u toekomt en dat u ook niet voldoende wordt
     begrepen of gewaardeerd.  U vindt dat u wel gedwongen bent u te schikken;
     u voelt u bij intieme verhoudingen emotioneel niet betrokken.

=2=3 U bent ongelukkig door het verzet dat u altijd voelt als u probeert u te
     doen gelden. U bent verontwaardig en vol wrok over deze tegenslagen, maar
     geeft lusteloos toe en past u, waar nodig, aan om rust en vrede te vinden.

=2=4 U meent dat u meer problemen heeft dan u heeft verdiend. U houdt u echter
     aan uw doelstellingen en probeert de moeilijkheden te overwinnen door
     plooibaar en inschikkelijk te zijn.

=2=5 U meent dat u minder krijgt dan u toekomt en dat er niemand is op wiens
     medegevoel en begrip u kunt rekenen. Opgekropte emoties maken dat u gauw
     beledigd bent, maar u beseft dat u er het beste van zal moeten maken.

=2=6 U heeft het gevoel dat u niet veel kan veranderen aan de bestaande
     problemen en moeilijkheden en dat u er dus maar het beste van moet zien te
     maken. U kunt wel bevrediging vinden in seksuele activiteit.

=2=7 De omstandigheden dwingen u zich te schikken, uw verlangens te 
     beteugelen en voorlopig maar van sommige dingen die u wilt hebben 
     af te zien.

